Champagne Sailing

Zomerreis 2026

Dit logboek is privé. Voer het wachtwoord in om verder te gaan.

Hazy Lady · Bavaria 340 · Est. 1988

Logboek: Zomerreis 2026

Muiden → Zeeland → Muiden. Zeventien dagen, 291 zeemijl, een gennaker die nooit gehoorzaamt, en één stukje gelcoat dat het ontgelden moest.

10–26 juli 2026 Menko & Paulien 17 dagen aan boord

Schip: Hazy Lady, Bavaria 340 (bouwjaar 1988). Bemanning: Menko & Paulien.

De reis in cijfers

Afstand per dag
  • Totale afstand: 291 nm getrackt (~299 nm inclusief het geschatte, ontbrekende stuk op dag 6)
  • Tijd onderweg: 65,6 uur in totaal, waarvan 56,6 uur daadwerkelijk varend (de rest is wachten bij bruggen/sluizen en manoeuvreren)
  • Gemiddelde vaarsnelheid (varend): 5,1 kn
  • Topsnelheid: 8,3 kn — 11 juli, op weg van Amsterdam naar Scheveningen
  • Gemiddelde ware windsnelheid over de hele reis: 9,4 kn
  • Hoogst gemeten windsnelheid: 26 kn — 22 juli, Willemstad → Middelharnis
  • Langste dagtocht (afstand): 40,0 nm — 11 juli
  • Langste dagtocht (vaartijd): 7u15 varend — 25 juli
  • Kortste zeildag: 7,7 nm — 15 juli (deels ontbrekende trackdata)
  • Vaardagen: 14 van de 17 dagen; 3 volledige ligdagen (Veere x2, Hompelvoet)
  • Nachten voor anker: 4 — Tiengemeten, tweemaal Hompelvoet, Goereese Sluis
  • Sluispassages: ±9 (Oranjesluizen, IJmuiden, Volkeraksluizen, Goereese Sluis, Bruinisse) · Brugopeningen: ±4 (Schellingwouderbrug, Haringvlietbrug)
  • Zeehonden gespot: op minstens 5 verschillende dagen

De route

Elke etappe in een eigen kleur — echte GPX-tracks van de Sway-tracker. Klik op een lijn voor de dag en de route. Veere (tweemaal) en Hompelvoet waren ligdagen zonder track.

Dag 1

vrijdag 10 juli 2026

Muiden → Loetje aan het IJ
Vertrek

Vaargegevens: vertrek 17:01 uur, aankomst 19:46 uur · duur 2u45 · afstand 9,7 nm · topsnelheid 6,2 kn · gemiddeld 4,8 kn · wind tot 12-13 kn.

We gooiden de trossen los in onze thuishaven Muiden — het begin van twee weken zeilen richting Zeeland en terug. De Schellingwouderbrug ging netjes voor ons open, al moesten we daarna nog een tijdje geduld hebben bij de Oranjesluizen voordat we verder konden naar Loetje aan het IJ. Daar legden we aan bij een van de restaurantsteigers, precies op het moment dat de zon prachtig begon onder te gaan. Bestellen ging via een QR-code aan de steiger zelf: Menko koos de biefstuk Bali XL, Paulien een kleinere versie. Ondanks dat we zelf bestek aan boord hadden, werden er alsnog fatsoenlijke steakmessen gebracht, en met onze eigen drank erbij was de avond compleet (en we hoefden ook niet af te wassen!). Een vrolijke ober genaamd Howard verzekerde ons dat overnachten aan de steiger geen probleem was — zolang we maar weg waren voordat de havenmeester zijn rondje kwam doen, wat ons ruim 30-40 euro liggeld per nacht scheelde ten opzichte van Marina Amsterdam. Na het eten volgde nog België–Spanje op tv (gewonnen door Spanje), en moe van alle vertrekstress vielen we al vroeg in een diepe slaap.

Dag 2

zaterdag 11 juli 2026

Amsterdam → sluis IJmuiden → Scheveningen
Champagne sailing

Vaargegevens: vertrek 11:25 uur, aankomst 18:39 uur · duur 7u14 · afstand 40,0 nm · topsnelheid 8,3 kn · gemiddeld 6,0 kn · wind tot 19-20 kn.

Menko was al om half zeven wakker — iets te vroeg naar zijn smaak — maar na een koffie besteedden we de ochtend nuttig aan het poetsen van de boeg, die onder lelijke vuilstrepen zat van de vliegtuigbrandstofresten die in Muiden altijd op het dek neerslaan. Eerst de stuurboordzijde, toen legden we de boot om naar een vingersteiger aan bakboord voor dezelfde behandeling met dezelfde spullen uit de bakskist — onze Hazy Lady mocht tenslotte niet haar naam verloochenen als "Shabby Lady". Daarna voeren we rustig het IJ op, via het Noordzeekanaal richting de sluis van IJmuiden, waar we samen met een Duitse zeilboot die met een noodgang over het Noordzeekanaal voer, gelijktijdig konden schutten.

Eenmaal buiten de havenmond hesen we de zeilen. De koers bleek uiteindelijk niet ruim maar vol voor de wind, en de wind zelf was flink harder dan we hadden verwacht — de gennaker bleef daarom binnenboord en we kozen voor grootzeil en genua gevlinderd. Dat pakte fantastisch uit: onze Hazy Lady ging hard, en onze nieuwe stuurautomaat — inmiddels gedoopt tot "Appie" (dubbel P, naar Autopilot) — hield het feilloos vol en stuurde ons schip vlekkeloos voor de wind richting Scheveningen bij windkracht 5. Muziek aan, stralend weer, niets te wensen over: "champagne sailing" in optima forma. Rond half zeven — precies zoals de Orca navigatie app had voorspeld — voeren we de haven van Scheveningen binnen en kregen een mooie ligplaats in een box aan Stijger C9.

Aan boord flansten we snel een curry madras in elkaar. Terwijl we nog aan het afronden waren, arriveerden Menko's collega Hans en diens partner Joosje voor een borrel — iets later dan gepland, maar ruim op tijd om gezellig met z'n vieren bij te praten over koetjes en kalfjes, tot een uur of tien. Na hun vertrek sloten we de avond af met nog wat voetbal en een goede nachtrust, met de wetenschap dat de volgende dag weer een flinke etappe zou brengen.

Dag 3

zondag 12 juli 2026

Scheveningen → Maasmond → Hellevoetsluis
Oversteek

Vaargegevens: vertrek 11:27 uur, aankomst 18:42 uur · duur 7u15 · afstand 34,5 nm · topsnelheid 6,8 kn (surfend op golven pieken tot 9-10 kn) · gemiddeld 5,1 kn · wind tot 20-24 kn.

Voor het vertrek douchten we nog rustig en ontbeten uitgebreid met afbakbroodjes en eitjes — je moet tenslotte goed gevoed aan een oversteek beginnen. Rond een uur of twaalf gooiden we de trossen los richting Hellevoetsluis, de eerste toegangspoort tot het Zeeuwse wateren-gebied. Het tij zat tegen, maar 's nachts varen was geen optie, en de windvoorspelling — noordelijk — zag er goed uit.

Het werd een tocht met dezelfde pit als de dag ervoor, maar dan nog wat steviger: hogere golven en meer wind dan op weg naar Scheveningen, gevaren met alleen het grootzeil. Paulien voelde zich al vrij snel duf worden — de eerste voortekenen van zeeziekte — en nam op aanraden van Menko een pilletje. Ze ging ruim anderhalf uur liggen terwijl Menko het roer overnam, eerst geholpen door Appie. Naarmate de dag vorderde en we Hoek van Holland naderden, werd de stroming sterker, nam de wind toe en liepen de golven op tot een meter of drie. De stuurautomaat deed het onverminderd goed, maar reageerde net iets later op een opkomende golf dan wanneer je zelf stuurt — dus namen we op een gegeven moment zelf het roer over voor comfortabeler, rechtdoor varen in plaats van voortdurend corrigeren. Het werd stevig, sportief zeilen, met een paar keer afsurfen van golven op een snelheid van 9 à 10 knopen, bij fantastisch weer en goed zicht. Bij het Maasmondgebied werden we via de radio netjes geïnformeerd over een grote passerende ferry, met het advies rustig op koers te blijven.

Richting het Slijkgat en de Goereese Sluis moesten we de betonning volgen, wat betekende dat we een tijdlang aan de wind moesten varen — gelukkig dempten de zandbanken de golven, ook al waaide het inmiddels ruim boven de 20 knopen. Met alleen het grootzeil nog bijgezet en de motor erbij kwamen we veilig bij de sluis aan. Die bleek, ondanks twee bruggen en een sluiskolk, verrassend efficiënt te werken: na aanmelding ging alles vlot open, samen met een ander zeilbootje, en binnen zo'n half uur waren we door het verval van ongeveer anderhalve meter. Na de sluis was het tijd voor een verdiend borreltje en een chipje, voordat de laatste drie kwartier naar Hellevoetsluis volgde.

Daar aangekomen bleek de haven te bestaan uit een stuk of vier verschillende watersportclubs met verwarrend soortgelijke namen. De ligplaats die we telefonisch hadden gereserveerd bij "Cape Helios" bleek niet dezelfde te zijn als waar we uiteindelijk aanmeerden: Watersportvereniging Helios, steiger E, in een vaste box van een huurder die toevallig op vakantie was — de buurvrouw stelde ons geruststellend dat dit geen probleem was. Een wat oudere havenmeester (70 jaar, nadrukkelijk niet de "jongeman" die eerder telefonisch contact had gehad) bevestigde dat alles in orde was. Eenmaal afgemeerd spoelden we de boot direct schoon van het zoute water en sloten we aan op de wal; de voorzieningen waren verder prima.

's Avonds stond een etentje in het vestingstadje Hellevoetsluis op het programma, waarvan we een sfeervol stadje verwachtten. Onderweg — een aardige wandeling van bijna vijf kilometer heen en terug — viel al snel op dat de architectuur weinig indrukwekkend was: veel naoorlogse bebouwing uit de jaren 60 tot 80, niet bepaald de vestingsfeer die we hadden gehoopt. Het stadje voelde ook wat uitgestorven. Bij restaurant De Heren van Hellevoetsluis, aan het water met een mooi uitzicht, was het echter erg druk — het duurde bijna drie kwartier voor de eerste drankjes kwamen. Gelukkig bleek er een eigen vismarkt te zijn, en de oesters die we al vooraf op het oog hadden (elk drie stuks, au naturel) waren heerlijk. Menko koos zeeduivel als hoofdgerecht, Paulien nam scampi's, met een aperol en gin-tonic vooraf en een fles witte wijn erbij, waarvan we de helft mee naar de boot terugnamen — we waren simpelweg te moe van alle zeilinspanningen om meer te drinken. Terug aan boord, via een andere route, namen we nog een afzakkertje — een wijntje voor Menko, een kopje thee met dekentje en kaarsje voor Paulien — voordat om half twaalf de koek echt op was en we naar bed gingen.

Dag 4

maandag 13 juli 2026

Hellevoetsluis → Haringvliet → ankerplek Tiengemeten
Voor anker

Vaargegevens: vertrek 12:19 uur, aankomst 14:27 uur · duur 2u08 · afstand 9,6 nm · topsnelheid 6,6 kn · gemiddeld 4,7 kn · wind tot 11-14 kn.

Menko was als eerste wakker, al om half tien, en glipte doodstil het bed uit om Paulien niet te storen — koffiezetapparaatje mee de kuip in, flesje water binnen handbereik, en zo begon zijn dag alvast in alle rust. Paulien werd zo'n uur later wakker, om half elf, in wat meteen weer een stralende dag bleek. We moesten nog het liggeld afrekenen en wat boodschappen doen, dus na Menko's eerste kopje koffie liepen we samen naar het havenkantoor om af te rekenen. Al kletsend met de havenmeester over onze boodschappenplannen kwam hij met een prima tip: gebruik de boodschappenfietsen van de haven, allebei met een mandje voorop. We waren van plan geweest te lopen, maar achteraf waren we blij met die fietsen — het bleek nog een aardig stuk trappen naar de Appie Vlein, oftewel de Albert Heijn. Daar deden we inkopen voor die avond en de avond erna, want het plan stond vast: we zouden de komende twee nachten voor anker liggen. Barbecuespullen, vlees, groenten, sla en wat lekkere extra's zoals verse jus voor bij het ontbijt gingen mee. Onderweg terug stopten we nog bij een bakker voor Zeeuwse bolussen — nog niet eens in Zeeland, maar nu al voortreffelijk lekker.

Terug aan boord dronken we nog een kopje koffie en aten we de bolussen op, voordat we de trossen loosgooiden en de Haringvliet op voeren. Ons doel was een ankerplekje, en dat vonden we uiteindelijk aan de zuidkant van het eilandje Tiengemeten. Rondom het eiland liggen overal leuke ankerplekken en moorings, maar die laatste waren allemaal bezet — dus gooiden we gewoon zelf het anker uit, rond kwart over twee, half drie. We zetten muziek op, pakten de e-readers erbij en lazen lekker, met tussendoor nog wat zakelijke dingen die geregeld moesten worden. Eerst zaten we heerlijk in de wind op het voordek, maar toen de wind wat pittiger werd, verhuisden we naar de kuip. Paulien deed nog een dutje en belde gezellig met Fien.

Daarna schonken we onszelf een borrel in. Het viel ons op hoe laat het bleef licht — om vijf voor half tien voelde het nog als een uur of zes, half zeven, en de zon was nog altijd niet onder. Rond half negen zagen we de wind in één klap draaien, van noord naar west — waarschijnlijk klassieke zeewind, doordat het land opwarmt en de koelere lucht vanaf zee landinwaarts wordt gezogen. Wij lagen er intussen prachtig beschut bij, op een zachtjes kabbelend Haringvliet, met de zon die nog maar een half uurtje te gaan had. Om ons heen zagen we opvallend veel vogels — met de verrekijker (onze "dikke bril") zagen we een hele linie eenden in het water onder de kust.

We sloten de dag af zoals een ankerdag hoort: met een mooie zonsondergang en een heerlijke barbecue, weliswaar behoorlijk laat, maar dat maakte niets uit.

Dag 5

dinsdag 14 juli 2026

Tiengemeten → Haringvlietbrug → Volkeraksluizen → Sint Annaland
Sluizen & platbodems

Vaargegevens: vertrek 12:13 uur, aankomst 19:31 uur · duur 7u18 (incl. wachttijd bij de brug) · afstand 22,9 nm · topsnelheid 7,2 kn · gemiddeld 4,5 kn · wind tot 16-17 kn.

We hadden besloten richting Veere te varen — niet per se helemaal, we zouden wel kijken waar we uitkwamen. Eerst moesten we het Haringvliet af, richting de Haringvlietbrug. Toen we daar aankwamen, bleek de brug dicht: via de marifoon hoorden we dat er vanwege technische problemen een stremming was — een vrachtwagen was door de slagboom gereden. De brug zou niet vóór twee uur opengaan, en het was toen ongeveer twaalf uur, dus gingen we voor anker. Er lag nog een boot: de Philippine, de platbodem van het jeugdzeilen van de KNZ&RV, die grote zwarte aak. Terwijl wij het anker lieten zakken, kwam Ebe, de schipper van de Philippine, in een rubberbootje naar ons toe — een heel aardige, enthousiaste jongen. Hij vertelde dat ze met ongeveer negentien mensen aan boord waren: hijzelf, zes andere bemanningsleden en zo'n twaalf kinderen, met grote plannen voor een lange reis, ook richting Engeland. Een van de kinderen had haar telefoon in het water laten vallen; ze waren gaan zwemmen en hadden een duikbril nodig om ernaar te zoeken. Gelukkig hadden wij twee duikbrillen aan boord die we konden uitlenen.

Ongeveer een uur later ging de brug bij wijze van proef weer open en konden we verder. We dachten die duikbrillen waarschijnlijk niet meer terug te zien. De Philippine moest vanwege haar hoogte van 21 meter door de grote sluis voor de beroepsvaart, terwijl wij door de jachtensluis van de Volkeraksluizen moesten — daar scheidden onze wegen. Bij de Volkeraksluizen geldt: is je mastlengte lager dan 18,5 meter, dan moet je met een jacht door de jachtensluis. De mast van de Hazy Lady is 13,75 meter, met daarbovenop nog ongeveer een meter aan antenne plus de hoogte van de mastvoet ten opzichte van de waterlijn (+/- 2m) — met zo'n 16,75 meter zou het onder de brug door moeten kunnen passen, al blijft het spannend om zo'n brug te passeren, want vanaf de boot is de afstand moeilijk in te schatten. Gelukkig ging alles goed.

Op weg naar Sint Annaland zagen we nog zeehonden. Het was opnieuw een heerlijke zeildag met mooi weer, al was de vaargeul vrij smal, dus moesten we goed opletten. Toen we Sint Annaland zagen liggen, was er nog één mooring vrij — de op één na laatste. We maakten vast; er stond een stevige wind en behoorlijk wat stroming, maar achter de buiskap was het heerlijk. Die avond keken we tijdens de barbecue naar een voetbalwedstrijd. Terwijl we aten, kwam de Philippine ineens weer aanvaren, met dansende en meezingende kinderen aan boord — zij konden aan de laatste mooring vastmaken. We maakten leuke foto's en filmpjes, die we later met de bemanning hebben gedeeld. Het was een heerlijke dag, afgesloten met voetbal, en we zijn vrij laat gaan slapen.

Dag 6

woensdag 15 juli 2026

Sint Annaland → Veere
Gennaker

Vaargegevens (gedeeltelijke registratie, laatste stuk voor Veere): 14:50-16:23 uur · duur 1u33 · afstand 7,7 nm · topsnelheid 7,3 kn · gemiddeld 5,1 kn · wind tot 17-18 kn. Het eerste deel van de tocht (Sint Annaland tot aan dit punt) is door een tracker-glitch niet vastgelegd; op de kaart hierboven is dat stuk gestippeld en geïnterpoleerd.

We zeilden van Sint Annaland naar Veere, met ruime wind: echt weer voor de gennaker. Menko stelde voor hem te hijsen — erg leuk, al bleek het net te weinig wind voor pal-voor-de-windzeilen en vlagerig genoeg om lastig te hanteren: het grootzeil en de gennaker namen elkaar de wind af. Een gennaker van 75 vierkante meter kan behoorlijk onstuimig worden wanneer de wind ineens van acht naar veertien knopen gaat, zeker als je hem niet achter het grootzeil kunt laten zakken bij het binnenhalen. Toch voeren we er goed mee en lieten we een aantal boten duidelijk achter ons — dat bleek waardevol, want wij haalden de sluis nog, terwijl de boten achter ons moesten wachten. Dat scheelde ons ongeveer twee uur.

Vlak voor de sluis hadden we de gennaker alweer binnengehaald. De Philippine lag daar voor anker, omdat zij opnieuw door een grote sluis moest en lang moest wachten. Ineens kwam Ebe in het bijbootje achter ons aan om de twee duikbrillen terug te brengen — we hadden hem helemaal niet zien aankomen. We hadden ze graag als cadeautje achtergelaten, maar hij bracht ze keurig terug. De verloren telefoon was helaas niet gevonden.

Daarna voeren we door naar Veere, via een kronkelige vaarweg waarop we voortdurend moesten kiezen over welke boeg we het beste konden varen — voortdurend gijpjes, ander zeilverkeer ontwijken en de spinnakerboom omzetten. Het leek een beetje op zeilen door Friesland, maar dan met een groot schip in plaats van een Valk: wat onrustig, maar ook leuk en uitdagend. We wilden op tijd in Veere zijn, omdat Paulien de volgende dag een sollicitatiegesprek in Driebergen had. In Veere konden we een auto lenen van Menko's nicht Heleen. Heleen en Ivar kwamen die avond voor achten aan boord voor een drankje, om de boot te bekijken en de sleutel over te dragen, waarna we aan boord gegeten hebben.

Dag 7

donderdag 16 juli 2026

Veere (sollicitatiedag)
Sollicitatiedag

Deze dag stond in het teken van Pauliens sollicitatie. Ze vertrok om half tien met de geleende auto en deed ongeveer tweeënhalf uur over de rit naar Driebergen, aankomst rond half twaalf. Omdat ze pas om kwart over één bij het gesprek hoefde te zijn, dronk ze eerst koffie met haar broertje Lau. Het gesprek duurde uiteindelijk van ongeveer half twee tot vijf uur — het ging goed, maar het was een pittige dag. Om vijf uur reed Paulien weg, deed onderweg boodschappen in Zierikzee en reed daarna naar Gapinge, waar Ivar was (Heleen en Dirk waren er niet). Ivar bracht haar, de auto en de boodschappen terug naar de haven van Veere.

Menko stond daar te wachten — hij had de boot inmiddels naar een andere box verplaatst — en hielp met uitladen. Daarna dronken we iets en vertelde Paulien hoe de sollicitatie was gegaan. Het was echt uitpuffen na een werkdag, geen vakantiedag — dat gold voor ons allebei, want ook Menko was eindelijk aan zijn boekhouding begonnen, waar hij al een tijd tegenaan hikte. We aten een kant-en-klare lasagne en sloten daarmee de dag af.

Terwijl Menko aan zijn boekhouding werkte, dronk hij bij de jachthaven op de kop van de haven een biertje. Voor de rede van Veere lag een enorm schip: de My Lady, een van de nieuwste Mulder-jachten die net was afgeleverd — zo'n 144 voet, ongeveer 36 meter. We hadden de My Lady al eerder in Hellevoetsluis gezien. De eigenaresse werd af en toe met de tender keurig in Veere afgezet; het schip leek eigenlijk meer thuis te horen in Zuid-Frankrijk. We zijn haar tijdens de reis nog vaker tegengekomen.

Dag 8

vrijdag 17 juli 2026

Veere
Rustdag Veere

We sliepen eerst lekker uit, want daar waren we allebei aan toe. Daarna gingen we Veere bekijken en wat winkelen — we kochten een paar souvenirs, waaronder een kroonkurkopener voor aan boord, een magneet voor op de koelkast en iets leuks voor Joosje en Fien. Daarna aten we een haring en een softijsje. Paulien wilde graag hardlopen, omdat dat altijd helpt om de spaghettislierten in haar hoofd weer recht te leggen; terwijl zij liep, repareerde Menko de buiskap, waar een zoom los hing en die hij genaaid heeft.

Rond borreltijd, zo'n half zes, kwamen Joosje en Pieter aan boord voor een drankje, en 's avonds gingen we met Heleen en Dirk eten bij In den Struyskelder, in een soort tuin aan de achterkant. Het was een heel gezellige avond met mooie verhalen uit de oude doos — ook Menko's tante Anina, de moeder van Heleen, kwam nog langs voor een drankje. Aan het einde van de avond zwaaiden we Pieter en Joosje uit, voordat we terug naar de boot gingen en naar bed.

Dag 9

zaterdag 18 juli 2026

Veere → Grevelingenmeer (Bruinisse) → Mosselbank
Kwallensoep

Vaargegevens: vertrek 09:29 uur, aankomst 16:01 uur · duur 6u32 · afstand 27,5 nm · topsnelheid 7,6 kn · gemiddeld 5,2 kn · wind tot 17-20 kn.

's Ochtends kwam Heleen na onze eerste koffie nog twee potjes honing en abrikozen uit de tuin brengen — Dirk is imker, dus zij maken zelf honing. Heel lief. We vertrokken op tijd richting het Grevelingenmeer om weer wat noordelijker te komen. Het was een sportieve zeiltocht over de Oosterschelde: we waren wat overpowered en hadden eigenlijk een rif moeten zetten, maar besloten te kijken of het zo ging. Het ging als een speer — we zeilden bijna alle andere boten eruit, maar het was hard werken, en leuk om te proberen zo hoog mogelijk te varen en de boeien te halen. Het weer was grauw en bewolkt met een stevige wind.

Bij Bruinisse gingen we door de sluis en daarna linksaf. In de haven waren de Visserijdagen bezig — harde hardstyle house, kermismuziek en allerlei geluid door elkaar. We waren blij toen we de sluis uit waren en verder konden naar het Grevelingenmeer, richting de Mosselbank. Het was er erg onstuimig; we wilden in de luwte van een eiland ankeren maar zouden daar niet ontspannen liggen. Bij de Mosselbank liggen kleine haventjes zonder voorzieningen waar je wel stevig vastligt, dus besloten we zo'n haventje in te gaan. Dat was een goede beslissing: onze buren pakten de lijnen aan en we lagen er prima. We aten 's avonds binnen in de kajuit en keken Liar Liar met Jim Carrey — een foute film, maar we hebben erg gelachen.

Wat ook opviel: de ongelooflijk vele kwallen. Het water leek wel kwallensoep, overal waar je keek. We zochten het op: door het ecosysteem en de opwarming is er veel voedsel (plankton) voor kwallen en hebben ze nauwelijks natuurlijke vijanden, waardoor ze zich volop kunnen vermenigvuldigen. Het Grevelingenmeer bevat zout water, wat prettig is omdat je er weinig insecten en muggen hebt, maar dus wel veel kwallen kunt tegenkomen — in dit geval oorkwallen, die niet gevaarlijk zijn en niet steken. Toch vond Paulien het idee al die kwallen tegen je aan te voelen niet aantrekkelijk. "Dan zwem je in een soort gelei," zoals Menko het omschreef.

Dag 10

zondag 19 juli 2026

Grevelingenmeer → Hompelvoet
Aan de grond

Vaargegevens: vertrek 11:10 uur, aankomst 13:47 uur · duur 2u37 · afstand 12,3 nm · topsnelheid 6,8 kn · gemiddeld 5,0 kn · wind tot 20-23 kn.

De wind was wat afgenomen en we gingen richting Hompelvoet op zoek naar een ankerplek. Het werd opnieuw een vrij sportieve zeiltocht: eerst leek er te weinig wind te staan en voeren we op de motor, later rolden we toch de genua uit en gingen kruisen. Op een onbewaakt moment liepen we vast — gelukkig gingen we niet erg schuin, maar we zaten wel op de bodem, maar drie meter buiten de vaargeul. Het werd daar heel snel ondiep en ineens zaten we vast. Door de fok bak te trekken konden we draaien, de motor vol gas vooruit, en wiebelend en hobbelend kwamen we weer van de zandbank af. Eind goed, al goed: we hoefden de KNRM of een ander schip niet te vragen ons los te trekken.

We zeilden verder naar een mogelijke ankerplek, die perfect bleek te zijn. Er lagen nog twee andere zeilboten; we kozen een mooie, redelijk beschutte plek achter een eiland en gooiden het anker uit. We hadden een prachtige zonsondergang met mooie wolken, en maakten foto's om aan het reisverslag toe te voegen.

Dag 11

maandag 20 juli 2026

Hompelvoet (ankerdag)
Ankerdag

We bleven lekker op dezelfde fijne ankerplek liggen en hebben vooral heel weinig gedaan. We lazen, luisterden naar muziek en zagen een zeehond op ongeveer vier meter van de boot. Hij stak zijn kop boven water, keek ons aan en zwom weer door — heel schattig. Er cirkelden veel vogels om hem heen: de zeehond joeg waarschijnlijk kleine visjes naar de oppervlakte, wat de vogels doorhadden. Ze zwermden om hem heen en maakten af en toe een snoekduik om een visje te pakken. Zo ontdekten we dat je aan vogels vlak boven het water vaak kunt zien dat er misschien een zeehond in de buurt is.

Dag 12

dinsdag 21 juli 2026

Hompelvoet → sluis Bruinisse → Willemstad
Windstilte

Vaargegevens: vertrek 09:33 uur, aankomst 16:49 uur · duur 7u17 · afstand 24,6 nm · topsnelheid 6,2 kn · gemiddeld 4,9 kn · wind tot 14-15 kn.

De wind was helemaal weggevallen. Het water was bladstil, strak en zonder één rimpeling — een mooi moment om de drone weer eens te gebruiken. We waren op weg naar Willemstad; eerst liet Menko de drone vliegen terwijl we nog voor anker lagen, later ook tijdens het varen op de motor. Het was bijzonder om eens zonder harde wind te varen, na een week waarin het vrijwel voortdurend hard had gewaaid — de enige rimpelingen in het water werden door onze boot veroorzaakt.

We voeren richting de sluis bij Bruinisse, die overvol bleek. Het tij liep mee richting de Oosterschelde en veel boten wilden na hoogwater hun kans grijpen om het afgaande tij te benutten; wij gingen naar het noorden, dus voor ons maakte dat niet veel uit. Aan zowel stuurboord- als bakboordwal lagen overal boten te wachten. We hoopten dat we nog in de sluis zouden passen — dat lukte, al zat hij werkelijk bomvol. Het leek op Tetris met boten: iedereen was bang dat hij niet mee kon, maar uiteindelijk paste het allemaal.

Vanwege de windstilte, de kronkelige route en de tegenwind besloten we op de motor door te varen. Rond borreltijd gingen we samen op het voordek zitten, met de Orca-navigatie bij de hand — later hadden we misschien de zeilen kunnen hijsen, maar we zaten zo ontspannen dat we gewoon bleven zitten. In Willemstad wilden we eerst in de stadshaven liggen, maar weken uit naar de Batterijhaven: wat buiten het centrum, maar je loopt zo het stadje in. Een leuk plekje. Het aanleggen door Paulien ging, ondanks de inmiddels vrij forse wind, goed.

Na het aanleggen gingen we het stadje in om kleine boodschappen te doen en een restaurant uit te zoeken. Onze eerste keuze zat vol, dus reserveerden we bij De Rosmolen. Daarna haalden we verse ijsblokjes en gingen terug naar de boot voor een gin-tonic en een Aperol spritz. Bij De Rosmolen trakteerde Paulien; we aten heerlijke oesters vooraf. Voordat we aan tafel gingen, zagen we mensen van de Outlaw — een schip dat ook in Muiden ligt en ieder jaar meevaart naar Lowestoft. De schipper en zijn vrouw zaten daar met nog een stel te eten; zij herkenden Paulien meteen, terwijl wij eerst niet wisten wie zij waren. We vertelden dat we de Philippine hadden gezien, en toen bleek dat kinderen van beide stellen aan boord van de Philippine zaten — heel toevallig. We kletsten met hen en raakten ook aan de praat met zeilers aan een andere tafel, die nog suggesties en tips gaven voor het vervolg van onze reis. Het was een heerlijke avond met goede wijn: Paulien at sliptongen, Menko surf-and-turf, met een gedeelde Irish coffee toe.

Dag 13

woensdag 22 juli 2026

Willemstad → Middelharnis
Vestingster

Vaargegevens: vertrek 13:21 uur, aankomst 16:17 uur · duur 2u56 · afstand 12,4 nm · topsnelheid 5,6 kn · gemiddeld 4,3 kn · wind tot 22-26 kn.

We sliepen uit. Paulien wilde graag weer hardlopen — Willemstad is een vestingstad in de vorm van een ster, en het leek haar leuk die ster te rennen. Uiteindelijk werd het een iets andere route, maar het was heerlijk. Menko moest ondertussen nog wat werk doen en facturen opmaken. Toen Paulien terugkwam, had hij gedoucht en een goed idee: we wilden eigenlijk de volgende dag ankeren, maar omdat het onstuimig was en hard waaide, stelde hij voor naar Middelharnis te gaan — volgens verhalen een leuk stadje, en we moesten toch boodschappen doen bij de Plus dicht bij de haven.

We voeren op de motor richting de Haringvlietbrug, die deze keer gewoon werkte, zonder storingen. In Middelharnis kregen we een heel leuke plek bij de horeca in het centrum: de havenmeester had gezegd dat het vrijwel vol was, maar we voeren door het lange kanaal tot we niet verder konden, en kwamen uit in een soort havenkom — midden in het centrum, omringd door horeca. Normaal mocht daar maar twee uur worden gelegen, maar de havenmeester gaf ons toestemming om te blijven.

We gingen allebei afzonderlijk het stadje in. Menko haalde opnieuw verse ijsblokjes, en toen Paulien terugkwam dronken we een gin-tonic en een Aperol spritz. We lazen en deden allebei zelfs nog even een dutje. Daarna hoefden we maar twee stappen te zetten om op een terras te belanden — de bediening was niet geweldig en het duurde erg lang, maar uiteindelijk at Paulien carpaccio en Menko sliptongen. 's Avonds keken we nog een wat zielige, erg Amerikaanse film die Pauliens zus had aangeraden; niet bijzonder goed.

Dag 14

donderdag 23 juli 2026

Middelharnis → ankerplek bij de Goereese Sluis
Wind draait

Vaargegevens: vertrek 12:44 uur, aankomst 14:42 uur · duur 1u58 · afstand 9,2 nm · topsnelheid 6,8 kn · gemiddeld 4,9 kn · wind tot 18-21 kn.

We sliepen wat uit. Paulien douchte in het douchegebouw, Menko aan boord. Daarna dronken we koffie bij een leuk tentje om de hoek en deden boodschappen bij de Plus. De boot lag onder een boom die veel kleverig spul had afgegeven, waardoor alles plakte; we wilden afspoelen maar hadden niet de juiste slangaansluiting, dus besloten dat later te doen als we ergens voor anker lagen.

Na al het varen op de motor wilden we weer zeilen. Dat was pittig: er stond een stevige wind en we moesten in een smalle vaargeul tegen de wind in kruisen. We waren opnieuw wat overpowered, maar besloten door te zetten. In het begin was het erg vlagerig, maar naarmate de tocht vorderde werd het beter — we hebben uiteindelijk prachtig gezeild. Menko testte de stuurautomaat onder zeil met de windvaanfunctie, die stuurt op basis van de schijnbare windrichting: bij vlagerige, draaiende wind een mooie functie waarmee we heel ontspannen konden zeilen. We maakten lange slagen en hoefden maar een paar keer overstag. We zagen een ander schip veel te ver buiten de betonning varen en hard vastlopen — het kwam uiteindelijk weer los, al weten we niet hoe. Gelukkig overkwam het ons deze keer niet.

In de richting van onze beoogde ankerplek zagen we al wat boten en moorings, maar geen mooring was vrij. We vonden uiteindelijk een prima ankerplek tussen twee boten die er al lagen, met rekening houdend met de voorspelde draaiing van de wind: de volgende dag zou de wind sterk afnemen en ongeveer 180 graden draaien, waarmee een einde kwam aan de harde wind die we al twee weken hadden gehad. Zo'n draaiing gaat vaak gepaard met totale windstilte, waarna de wind uit de andere richting weer aantrekt. De dag begon erg bewolkt, maar toen we eenmaal voor anker lagen verdwenen de wolken en kregen we onverwacht een mooie, zonnige namiddag met een prachtige zonsondergang. We hebben heerlijk gebarbecued.

Dag 15

vrijdag 24 juli 2026

ankerplek Goereese Sluis → Scheveningen (via Maasmond)
Sluis-chaos

Vaargegevens: eerste stuk naar de sluis 10:02-10:34 uur (0,5 uur, 2,3 nm), na een wachtperiode bij de sluis verder van 11:57 tot 17:41 uur (5u44, 28,6 nm) · topsnelheid 6,7 kn · wind mee tot 9-12 kn.

We stonden op met prachtig weer, alles leek gunstig. We dronken koffie en zetten de marifoon aan — en hoorden verontrustende berichten over een stremming bij de Goereese Sluis vanwege de droogte. Menko riep de sluis op: "Goereese Sluis, dit is de Hazy Lady. Ik vang berichten op over een stremming. Klopt dat?" De sluiswachter bevestigde dat er vanwege de droogte alleen bij laagwater werd geschut, behalve voor de beroepsvaart; de volgende reguliere schutting zou pas rond half drie zijn. We wilden echter rond elf uur al buiten zijn — een schutting om half drie zou roet in het eten gooien, zeker omdat we die avond met vrienden in Scheveningen hadden afgesproken. Dat was best teleurstellend, en er vlogen wat krachttermen over het dek.

Via de marifoon hoorden we een ander schip vragen of er geen uitzondering kon worden gemaakt. Het antwoord: alleen voor de beroepsvaart werd geschut — maar als er beroepsvaart doorheen gaat, mag de pleziervaart meestal meeliften. Daarom keken we meteen in de Orca-app of er beroepsvaart aankwam richting de Goereese Sluis. We besloten zo snel mogelijk naar de sluis te gaan en daar te wachten, zodat we konden aansluiten zodra zich een beroepsschip meldde. Onderweg zagen we een Belgisch vissersschip uit Oostende en gaven gas om erachteraan te varen — het ging inderdaad richting de sluis, maar sloeg toen af naar de vissershaven van Stellendam. Er lagen inmiddels acht boten bij de sluis te wachten; wij waren de negende en maakten langszij vast aan een ander schip.

Toen kwam hetzelfde vissersschip ineens weer uit de haven van Stellendam en meldde via de marifoon naar buiten te willen. De sluiswachter bevestigde dat er geschut zou worden en dat pleziervaart mee kon — wat een geluk. Ondanks dat wij het redelijk rustig aanpakten, raakten anderen in paniek: iedereen gaf vol gas, niemand hield zich aan de ongeschreven aankomstvolgorde, en het werd één grote chaos. Een schip achter ons knalde met de boeg tegen onze spiegel, waardoor een heel klein stukje van de gelcoat afbrak — bij hen deed de botsing waarschijnlijk meer pijn. Uiteindelijk pasten alle wachtende schepen gemakkelijk in de sluis en hadden er waarschijnlijk nog vijf of zes bij gekund als iedereen zich goed had opgesteld.

Na de schutting volgde de lange slinger door de vaargeul van het Slijkgat — altijd langer dan je denkt. We wilden er vlot uit en sneden hier en daar een stukje af; onderweg zagen we nog een zeehond. Richting Scheveningen stond weinig wind, dus voeren we op de motor verder. Bij de Maasmond moesten we sector Maasmond oproepen vanwege de vele grote zeeschepen van en naar Rotterdam. We zagen een enorm containerschip uitvaren, met een schip van Stena Line ervoor — zelf geen kleine schepen, maar het containerschip leek wel vier keer zo groot. We meldden ons netjes, bleven standby op kanaal 3, en werden later opgeroepen met het verzoek achter twee vrachtschepen langs te varen, waar we uiteraard aan meewerkten.

Na ongeveer zes uur kwamen we aan in de haven van Scheveningen, waar we onze favoriete havenmeester troffen — degene die ons ooit met zijn RIB had geholpen toen onze motor uitviel. Hij verwees ons eerst naar de passantensteiger, maar gaf ons omdat we maar één nacht bleven box F14, helemaal aan de westkant van de haven. We voeren met de boeg de box in, hielden de spiegel naar de laatste avondzon, en met hulp van een voorbijganger die een paar lijnen aannam ging het soepel.

We waren aan een douche toe, mede omdat we met Dennis en Sophie hadden afgesproken — Dennis is een van Menko's beste vrienden. Er was alleen iets misgegaan met de datum: Menko had in zijn vakantiehoofd gezegd dat we zaterdag in Scheveningen zouden aankomen, terwijl het vrijdag was. Toen we eerder die dag bij de gestremde sluis lagen, had hij al gestuurd dat het misschien niet zou lukken, en werd hij gebeld met de vraag: "Maar Menko, we hadden toch zaterdag afgesproken?" Zo ontdekten we het misverstand. Dennis en Sophie konden gelukkig alsnog komen. We gingen eten bij Catch by Simonis, waar de reservering eigenlijk voor zaterdag stond, maar dat kon worden aangepast. Aan het einde van de avond kwamen ook Fina en zijn vriendin Maud nog langs. Om twaalf uur werden we naar buiten gebonjourd — een heel leuke avond.

Dag 16

zaterdag 25 juli 2026

Scheveningen → sluis IJmuiden → Loetje aan het IJ
Laatste gennaker

Vaargegevens: vertrek 11:17 uur, aankomst 18:48 uur · duur 7u31 · afstand 39,4 nm · topsnelheid 7,8 kn · gemiddeld 5,5 kn · wind tot 15-19 kn.

We sliepen uit en deden rustig aan. Met een koppelstuk van de buren konden we water bijtanken. Na een kop koffie voeren we uit — Paulien stuurde de boot uit de box — en gingen noordwaarts op een prachtige dag. We verwachtten een westelijke tot zuidwestelijke wind; in het begin was de richting veranderlijker en noordelijker dan gedacht, maar uiteindelijk draaide de wind naar west en zuidwest, waardoor het ruime wind werd.

Zoals altijd hielden we een onuitgesproken wedstrijd met de boten om ons heen, en het ging goed: we haalden een Koopmans in, een Catalina van ongeveer veertig voet die hoger voer, en nog een ander schip van circa veertig voet. Toen de wind ruimer werd, liep hij wat uit de zeilen — die begonnen te klapperen, en het werd hangen en wurgen. Menko stelde voor de gennaker te hijsen — altijd een heel project. Net toen we eraan begonnen trok de wind aan, dus wachtten we even; toen hij weer afnam besloten we hem alsnog te hijsen. Dat was een goede zet, want daarmee liepen we opnieuw uit op andere boten: met één tot anderhalve knoop stroom mee en ongeveer zes en een halve knoop door het water ging het voor de wind erg snel. De stroom nam wel wat schijnbare wind uit de gennaker, waardoor het zeil regelmatig klapperde — onrustig, ondanks pogingen met tack en schoot. We hebben er zo'n anderhalf uur mee gevaren en haalden hem ruim voor de haven van IJmuiden weer binnen: bij de havenmond wordt het drukker, ruiger en klotsender, en daar wil je niet alsnog zo'n groot zeil moeten strijken.

Daarna voeren we nog een tijd op het grootzeil met de motor bij, terwijl de wind wegviel maar de golven behoorlijk bleven — "weer een klotsbak". Paulien werd opnieuw wat misselijk, waarschijnlijk van te lang in de e-reader lezen. We voeren de havenmond in, streken het grootzeil en gingen op de motor naar de sluis, die net aan het schutten was. Menko vroeg via de marifoon of we nog mee konden; de sluiswachter hield de sluis voor ons open, sloot eerst even de brug voor wegverkeer en opende hem daarna opnieuw — waardoor we bijna in één rechte lijn konden doorvaren.

Na de sluis bij IJmuiden voeren we via het Noordzeekanaal richting het IJ. We gingen met een borrel en muziek op het voordek zitten, terwijl de Orca-stuurautomaat de boot op de motor bestuurde — mensen keken grappig op, met niemand achter het roer terwijl wij met een drankje in stoeltjes op het voordek zaten. Eén keer ging het mis: Menko drukte op "plus tien" om iets naar rechts te sturen, de automaat reageerde niet, hij drukte nog een paar keer en ineens draaiden we bijna 90 graden. Hij liep terug, resette alles en zette de boot weer op de juiste koers — een grappig leermoment. Er kwamen van achteren grote schepen langs; we filmden een schip uit Valletta dat hard voer, naar ons toeterde en zwaaide.

Toen Loetje aan 't IJ in zicht kwam, staken we over — daar waren we twee weken eerder aan onze vakantie begonnen, en het leek ons leuk hem daar ook af te sluiten. We legden bij Loetje aan de steiger, met de bakboordzijde, wat soepel ging. We aten opnieuw biefstuk Bali: een XL voor Menko en de ladyvariant voor Paulien, met onze eigen drankjes erbij. Daarna hebben we ook nog triktrak gespeeld — Paulien verliest daar steevast in, maar belooft zichzelf iedere keer opnieuw beter te oefenen.

Dag 17

zondag 26 juli 2026

Loetje aan het IJ → Muiden
Thuishaven

Vaargegevens: vertrek 12:11 uur, aankomst 14:29 uur · duur 2u18 · afstand 10,2 nm · topsnelheid 6,3 kn · gemiddeld 4,8 kn · wind tot 21-23 kn.

De laatste etappe: terug naar onze thuishaven Muiden, via het IJ, de Oranjesluizen en de Schellingwouderbrug — dezelfde route als op dag 1, maar dan in omgekeerde richting. We hebben dat stuk op de motor gevaren zodat we al varend al onze spullen konden uitzoeken en inpakken. Daarmee zat onze zomervakantie er echt op.